Tienerweb

Een katholieke ontmoetingsplaats voor tieners en jongeren.

Tag: heiligen

De kleine Juliana

Dit mooi verhaal zal via de figuur van de Heilige Juliana van Cornillon het hart van de jongsten verwarmen voor de realiteit van de werkelijke aanwezigheid van Christus in de geconsacreerde wijn en brood en het feest van Sacramentsdag.

Wie is de kleine Juliana?

Juliana van Cornillon is een grote Luikse Heilige. Ze werd geboren in 1192 in Retinne, in België. Als kind heeft zij een heel mooie vriendschap met Jezus beleefd. Eenmaal volwassen is ze religieuze en priorin van het klooster van Cornillon, in Luik. Ze is vooral bekend omdat ze het feest van Sacramentsdag heeft gepromoot en een van haar vrienden die Paus werd heeft dat feest voor de hele wereldkerk ingesteld. Een geïllustreerd boekje voor kinderen werd gepubliceerd, en vertelt heel het verhaal. Benedictus XVI heeft de geschiedenis van Juliana besproken op 17 november 2010 in een algemene audiëntie.

Wat is dat, sacramentsdag?

Het is een feest dat de aanwezigheid van Jezus in de wereld onder de vorm van zijn Lichaam en zijn Bloed viert, zijn werkelijke aanwezigheid in het Brood en de Wijn, in de Eucharistie. Het wordt ook het ‘Feest van het Heilig Sacrament’ genoemd. Het wordt gevierd op de donderdag of de zondag die volgt op het Feest van de Heilige Drievuldigheid, meestal in juni, als er maximaal licht is. Het is dankzij Juliana dat dit feest door de Paus werd ingesteld in 1264.

Uitstap in de geboortestreek van Juliana

Het parcours bevindt zich ongeveer 15 km ten noorden van Luik, in België, in de regio van de Basse-Meuse. De wandeling begint aan de ouderlijke hoeve van Juliana in Retinne waar de waterloop haar bron vindt tot aan de monding in de Maas in Hermalle-sous-Argenteau. Een familiale wandeling van 11 km, en weinig niveauverschillen, met de mogelijkheid om even halt te houden in Val Sainte Julienne (Saive) of langs de vijvers van de Julienne (Argenteau, verbruikzaal, vijvers en speeltuin).

Op het plan dat je kan downloaden,worden er heel wat activiteiten voorgesteld om je te amuseren, en om de kleine Juliana te leren kennen en ontdekken. Van Retinne tot Val Sainte Julienne,  zijn er 4 km gemarkeerde paden en dan volg je de GR5 gedurende 7 km vanaf de Val Sainte Julienne (Saive) tot aan de monding van de rivier ‘la Julienne’ in de Maas.

Heilige apostelen Filippus en Jakobus

Filippus was, net als Petrus en Andreas, afkomstig uit Betsaida. Hij was aanvankelijk een leerling van Johannes de Doper, maar volgde daarna Jezus, die hem riep om deel uit te maken van de twaalf apostelen. Hij was de apostel die aan Natanaël (Bartolomeus) aankondigde dat hij de Messias had ontmoet. Door de heilige Johannes weten wij dat Filippus aanwezig was op de bruiloft van Kana, waar Jezus zijn eerste wonder verrichtte. Uit het verhaal van de broodvermenigvuldiging kan men afleiden, dat Filippus degene was die met de voedselvoorziening was belast: hij rekent aanstonds uit hoeveel geld nodig is – ongeveer 200 denariën – om de honger van de daar verzamelde menigte te stillen. Hij bemiddelt samen met Andreas voor de Griekse pelgrims, vrome heidenen die Jezus verlangden te zien. Het is eveneens Filippus die in de zaal van het Laatste Avondmaal de Heer vraagt hem de Vader te tonen (evangelie van vandaag: Joh. 14,6-14; en Jezus antwoordt: “Wie Mij ziet, ziet de Vader.” Dus laten we ons inspannen om Jezus steeds beter en beter te leren kennen!).
Door de traditie wordt Filippus beschouwd als de evangelisator van Frygië (Klein-Azië), waar hij als martelaar de kruisdood stierf.

Jakobus, een familielid van Jezus, wordt ‘de mindere’ genoemd, om hem te onderscheiden van de broer van Johannes. Hij was de eerste bisschop van Jeruzalem en ontplooide een sterke evangelisatie-activiteit onder de Joden van die stad.
De traditie beeldt hem af als een streng man, veeleisend voor zichzelf maar vol van goedheid jegens de anderen.
Hij was een zuil van de jonge Kerk, samen met Petrus en Johannes. Hij stierf als martelaar in Jeruzalem rond het jaar 62.
Hij is de schrijver van één van de katholieke brieven in het Nieuwe Testament: “De Brief van Jakobus” (na de Brief van Paulus aan de Hebreeën).

De apostel Filippus ligt sinds 570 begraven te Rome in de basiliek van de Twaalf Apostelen. Omdat zijn relieken werden gevoegd bij die van Jakobus de Mindere, hebben zij samen hun feestdag sinds het Tweede Vaticaans Concilie op 3 mei.

Edith Stein (Teresa Benedicta van het Kruis)

Edith Stein of Teresa Benedicta van het Kruis werd geboren in Wrocław Polen op 12 oktober 1891. Ze was de jongste van elf kinderen en werd geboren in een orthodox joodse familie. In 1904 werd ze atheïste onder invloed van de moderne denkers en biologische wetenschap.

De kennismaking met de autobiografie van de heilige Theresia van Ávila was een keerpunt in haar leven. Ze bekeerde zich tot het katholicisme en liet zich dopen op 1 januari 1922.In 1932 verhuisde ze naar het Instituut voor Pedagogiek in Münster, waar ze de kerkleraar Thomas van Aquino bestudeerde en in 1934 trad ze in bij de orde van de Ongeschoeide Karmelietessen in Keulen onder de naam Teresa Benedicta van het Kruis. Haar zus Rosa liet zich ook dopen in 1936.

Edith ging in 1938 naar een klooster in Echt (Nederland) om aan de Jodenvervolging te ontsnappen. Haar zus trad een jaar later ook in. Edith en Rosa werden op 2 augustus 1938 opgepakt en naar Auschwitz gedeporteerd. Daar werden ze een paar dagen later omgebracht in de gaskamer.

Edith werd in 1987 zalig verklaard door Paus Johannes Paulus II en in 1998 heilig. Ze is een van de beschermheiligen van Europa en we vieren haar kerkelijke feestdag vandaag.

Feest van Tomas (apostel)

De apotstel Tomas of Thomas (“tweeling”, ook wel Judas Thomas Didymus genoemd) is een van de twaalf leerlingen van Jezus uit het Nieuwe Testament. De uitdrukking “ongelovige thomas” komt van de gebeurtenis die wordt beschreven in Johannes waarbij Tomas zei niet te geloven dat Jezus uit de dood was opgestaan totdat hij zijn vinger in Jezus’ wonden zou leggen.

En op 3 juli vieren we het feest van de heilige (apostel) Tomas.

Volgens de evangelies behoorde hij tot ‘de twaalf’, de kring van Jezus’ meest intieme leerlingen, die Hijzelf de naam ‘apostel’ gaf (Mattheus 10,3; Markus 3,18; Lukas 6,15; Handelingen 1,13). Soms draagt hij de bijnaam ‘Dydimus’ (= ‘Tweeling’: Johannes 11,16;20,24).

Hij is de geschiedenis ingegaan als ‘de ongelovige Thomas’. Dat komt door de gebeurtenissen na Jezus’ opstanding uit de dood, zoals die verteld worden in het evangelie van Johannes (Joh 20, 19-29):

‘Op de avond van de eerste dag van de week, toen de deuren van de verblijfplaats van de leerlingen gesloten waren uit vrees voor de joden, kwam Jezus binnen, ging in hun midden staan en zei: 
“Vrede zij u.”
Na dit gezegd te hebben toonde Hij hun zijn handen en zijn zijde. De leerlingen waren vervuld van vreugde, toen zij de Heer zagen. Nogmaals zei Jezus tot hen: 
“Vrede zij u. Zoals de Vader Mij gezonden heeft, zo zend Ik jullie.” 
Na deze woorden blies Hij over hen en zei: 
“Ontvangt de Heilige Geest. Wier zonden jullie vergeven, hun zijn ze vergeven; en wier zonden jullie niet vergeven, hun zijn ze niet vergeven.”
Thomas, een van de Twaalf (ook Didymus genaamd), was echter niet bij hen toen Jezus kwam. De andere leerlingen vertelden hem: 
“Wij hebben de Heer gezien.”
Maar hij antwoordde:
“Als ik niet in zijn handen de tekenen van zijn nagelen zie, en mijn vinger in de plaats van de nagelen kan steken, en mijn hand in zijn zijde leggen, zal ik het niet geloven.”
Acht dagen later waren zijn leerlingen weer in het huis bijeen, en nu was Thomas erbij. Hoewel de deuren gesloten waren, kwam Jezus binnen, ging in hun midden staan en zei: 
“Vrede zij u.” 
Vervolgens zei Hij tot Thomas: 
“Kom hier met uw vinder en bezie mijn handen. Steek uw hand uit en leg die in mijn zijde, en wees niet langer ongelovig, maar gelovig.” 
Toen riep Thomas uit: 
“Mijn Heer en mijn God!” 
Toen zei Jezus tot hem: 
“Omdat je Mij gezien hebt, geloof je? Zalig die niet gezien, en toch geloofd hebben!”‘

Over zijn leven

De Bijbel geeft geen biografische informatie over Tomas. Hij komt ook maar enkele keren voor in de evangeliën. De eerste keer is direct na de opstanding van Lazarus; Jezus wilde terugkeren naar Judea waar de joden hem kort daarvoor wilden stenigen. Tomas zei daarop: “Laten ook wij maar gaan, om met hem te sterven.” Hij komt weer voor in het verslag van het Laatste Avondmaal. Jezus zei dat hij een plaats voor zijn discipelen zou bereiden en dan zou terugkomen. Tot slot van die passage zei Jezus: “Jullie kennen de weg naar waar ik heen ga.” Tomas reageerde daarop met: “Wij weten niet eens waar u naartoe gaat, Heer, hoe zouden we dan de weg daarheen kunnen weten?” Dit ontlokte Jezus zijn uitspraak: “Ik ben de weg, de waarheid en het leven. Niemand kan bij de Vader komen dan door mij.”

Verreweg het bekendst is de passage waarin de discipelen de opgestane Jezus hebben gezien. Tomas was hier niet bij en kon het niet geloven. Hij zei: “Alleen als ik de wonden van de spijkers in zijn handen zie en met mijn vingers kan voelen, en als ik mijn hand in zijn zij kan leggen, zal ik het geloven.” Een week later verscheen Jezus weer; ditmaal was Tomas er wel bij. Jezus zei tegen hem: “Leg je vingers hier en kijk naar mijn handen, en leg je hand in mijn zij. Wees niet langer ongelovig, maar geloof.” Tomas antwoordde: “Mijn Heer, mijn God!” Jezus zei tegen hem: “Omdat je me gezien hebt, geloof je. Gelukkig zijn zij die niet zien en toch geloven.” 

Patroon

Vanwege de aanval op de heilige Thomas, wordt hij als patroon tegen rugklachten gezien. Hij is voor architecten, bouwvakkers en landmeters de voorspreker bij God. Hij wordt aangeroepen tegen blindheid (‘eerst zien, dan geloven’).

Attribuut

Meestal is Thomas afgebeeld met een winkelhaak.

Meer lezen

Bron: Wikipedia, heiligen.net

Heilige Mattias, Apostel.

Helige Mattias, Apostel.

Vandaag vieren we het feest van de Heilige Mattias.
Na de Hemelvaart van de Heer, kozen de apostelen Mattias uit om de plaats van Judas in te nemen en het getal van de twaalf volledig te maken. Mattias was leerling van Jezus en getuige van de verrijzenis geweest.

Bijbeltekst:

Ze stelden er twee voor: Jozef- Barsabbas, bijgenaamd Justus, en Mattias. Ze spraken dit gebed uit: ‘Heer, U die het hart van alle mensen kent, wijs aan wie van deze twee U hebt uitgekozen om in ons apostolisch werk de plaats in te nemen die Judas heeft verlaten om zijn eigen weg te gaan.’ Daarop lieten ze hen loten, en het lot viel op Mattias, en zo werd hij aan de elf apostelen toegevoegd. (>> Handelingen 1, 23-26)

Traditie:

Volgens de traditie heeft Mattias Ethiopië gekerstend en is hij aldaar gemarteld. Zijn relikwieën werden op last van de heilige Helena overgebracht naar Trier. Hij is de patroon van deze stad.

Meer info:

>> heiligen.net

Het wonder van Damiaan

Op 10 mei viert de Kerk de liturgische feestdag van de heilige Pater Damiaan. Het is op 10 mei 1873 dat Damiaan samen met zijn bisschop voet aan land zet op het eiland Molokaï. Na drie maanden zou een medebroeder hem komen aflossen in de melaatsenkolonie. Voor Damiaan staat het al snel vast: dit wordt zijn levenswerk. Hij kijkt niet om en keert niet terug. Drie maanden worden zestien jaar. Waar haalt Damiaan de kracht vandaan om vol te houden? Waarin schuilt het wonder van zijn leven?

De ontmoeting met Jezus

In een brief aan de Engelse dominee Chapman, is Damiaan duidelijk over waar hij de kracht en energie haalt om te blijven volhouden:

“Zonder de aanwezigheid van onze goddelijke Meester in mijn kapel, had ik nooit kunnen volharden in mijn besluit het lot van de Melaatsen van Molokaï te delen. Door de heilige Communie, het dagelijks brood van de priester, voel ik me gelukkig, zeer tevreden (…)”.

Damiaan haalt zijn kracht uit zijn dagelijkse ontmoeting met Jezus in het gebed en in de eucharistieviering. Zoals Jezus, breekt en deelt Damiaan zijn leven met de melaatsen. In Jezus’ voetsporen verricht Damiaan wonderbaarlijke dingen. Van een groep ten dode opgeschreven melaatsen maakt hij zo een levendige gemeenschap van zieke mensen.

Blind zijn de mensen die het niet meer zien zitten, voor wie de toekomst er somber uitziet. Damiaan verdrijft hun somberheid en geeft hun hoop. Doof zijn de mensen die niet meer willen luisteren naar goede raad en bemoedigende woorden. Damiaan spreekt woorden van troost en bemoediging en opent hun de oren. Lammen zijn de mensen lam geslagen door verdriet en tegenslag. Damiaan schenkt hun vertrouwen en geeft hun opnieuw levenskracht.

“Wat je aan de kleinste en minste mensen hebt gedaan, dat heb je voor mij gedaan”. Jezus’ woorden klinken doorheen Damiaans daden. In zijn ontmoeting met de uitgestoten en verbannen melaatsen, ontmoet Damiaan de lijdende Jezus zelf. Als een Simon van Cyrene helpt hij het lijden van zijn melaatsen te dragen.

Damiaan gaat evenwel nog verder. “En als ik de keuze zou hebben de melaatsennederzetting gezond te verlaten”, zo schrijft een zieke Damiaan aan een medebroeder, “dan zou ik zonder aarzelen zeggen: ik blijf hier bij mijn melaatsen tot het einde”. Damiaan blijft bij hen tot het einde.

Het wonder van Damiaan

Zijn radicale keuze voor de melaatsen, in navolging van Jezus, maakt van Damiaan een heilige. Doorgaans verrichten heiligen wonderen. Het wonder van Damiaans leven is dat hij de stap zet naar de uitgestoten medemens. Bij uitstek zijn de melaatsen de onaanraakbaren, de mensen aan de rand van de samenleving met wie niemand zich wil inlaten. Om besmetting met de vreselijke ziekte te voorkomen krijgt Damiaan van zijn oversten nog de raad mee de zieken niet aan te raken.

Maar, net als Jezus, gaat Damiaan naar hen toe en raakt hen aan. Hij omhelst hen, geeft hun bemoedigende schouderklopjes, eet met hen uit dezelfde pot, drinkt met hen uit dezelfde beker, rookt dezelfde pijp, verzorgt hun wonden. Onaanraakbaren worden zo opnieuw mensen, melaatsen meer dan hun ziekte. Ook al is hij zelf niet ziek, Damiaan spreekt niet van ‘ik, gezond’ en ‘zij, melaats’ maar van ‘wij, melaatsen’ nog voor hij zelf ziek is. Door zijn melaatse medemensen aan te raken en besmetting te riskeren, zoekt hij niet bewust het lijden op. Wel integendeel, hij verzacht het lijden van ‘zijn’ melaatsen en geeft hun hun menswaardigheid terug.

En in dat kleine gebaar, een liefdevolle aanraking, een omhelzing, een schouderklopje, troostende woorden, gaat Damiaans wonder schuil. Zoals Sint-Jan Berchmans, vierhonderd jaar geleden schreef: “Heiligheid bestaat niet in het verrichten van buitengewone dingen, maar in het buitengewoon verrichten van gewone dingen”.

Ook wij kunnen anno 2013 met een klein gebaar van goedheid in de voetsporen van Damiaan gaan. Laten wij ons (aan)raken door Damiaans voorbeeld?!

>> Meer lezen over Pater Damiaan.

Bron: damiaandag.be

© 2017 Tienerweb

Thema gemaakt door Anders NorenBoven ↑