Filippus was, net als Petrus en Andreas, afkomstig uit Betsaida. Hij was aanvankelijk een leerling van Johannes de Doper, maar volgde daarna Jezus, die hem riep om deel uit te maken van de twaalf apostelen. Hij was de apostel die aan Natanaël (Bartolomeus) aankondigde dat hij de Messias had ontmoet. Door de heilige Johannes weten wij dat Filippus aanwezig was op de bruiloft van Kana, waar Jezus zijn eerste wonder verrichtte. Uit het verhaal van de broodvermenigvuldiging kan men afleiden, dat Filippus degene was die met de voedselvoorziening was belast: hij rekent aanstonds uit hoeveel geld nodig is – ongeveer 200 denariën – om de honger van de daar verzamelde menigte te stillen. Hij bemiddelt samen met Andreas voor de Griekse pelgrims, vrome heidenen die Jezus verlangden te zien. Het is eveneens Filippus die in de zaal van het Laatste Avondmaal de Heer vraagt hem de Vader te tonen (evangelie van vandaag: Joh. 14,6-14; en Jezus antwoordt: “Wie Mij ziet, ziet de Vader.” Dus laten we ons inspannen om Jezus steeds beter en beter te leren kennen!).
Door de traditie wordt Filippus beschouwd als de evangelisator van Frygië (Klein-Azië), waar hij als martelaar de kruisdood stierf.

Jakobus, een familielid van Jezus, wordt ‘de mindere’ genoemd, om hem te onderscheiden van de broer van Johannes. Hij was de eerste bisschop van Jeruzalem en ontplooide een sterke evangelisatie-activiteit onder de Joden van die stad.
De traditie beeldt hem af als een streng man, veeleisend voor zichzelf maar vol van goedheid jegens de anderen.
Hij was een zuil van de jonge Kerk, samen met Petrus en Johannes. Hij stierf als martelaar in Jeruzalem rond het jaar 62.
Hij is de schrijver van één van de katholieke brieven in het Nieuwe Testament: “De Brief van Jakobus” (na de Brief van Paulus aan de Hebreeën).

De apostel Filippus ligt sinds 570 begraven te Rome in de basiliek van de Twaalf Apostelen. Omdat zijn relieken werden gevoegd bij die van Jakobus de Mindere, hebben zij samen hun feestdag sinds het Tweede Vaticaans Concilie op 3 mei.