We vierden onlangs Pasen. Maar weten jullie ook dat dàt juist de kern van ons christelijk geloof is? Als we ons geloof in een paar woorden zouden moeten samenvatten, dan is het dit: Jezus heeft voor ons geleden, Hij is voor ons gestorven en Hij is op de derde dag verrezen. Hij is onze Redder en Verlosser, Hij is onze Heer!

Op Goede Vrijdag herdachten we het lijden en sterven van Jezus. Hij heeft zomaar voor ons al onze zonden op zich genomen – want wat had Hij is godsnaam verkeerd gedaan? -, heeft er veel voor afgezien en is er zelfs aan gestorven. Maar Hij deed dat uit liefde voor ons: Hij wilde voor ons de weg naar de Vader in de hemel weer vrij maken. Hij heeft ons werkelijk verlost, gered uit onze zonden!

Met Pasen is Jezus dan verrezen. Hij is opgestaan uit de dood en Hij verscheen aan zijn leerlingen, nu eens hier, dan eens daar. Elke keer toonde Hij hun zijn wonden, om te tonen dat Hij het écht was, dezelfde die zo geleden had. Maar Hij at ook met hen (vb. in de bovenzaal met de apostelen, of later op het strand, toen de apostelen weer eens niks gevangen hadden op het meer), Hij trok met hen mee (vb. de Emmaüsgangers). Enzovoort. Vele verhalen staan zo opgetekend in de bijbel: dan hier, dan daar verscheen de verrezen Jezus. We mogen Hem echt onze Heer (onze Meester) noemen! Hij geeft ons het échte leven en ook het eeuwige leven.

40 dagen lang zal Jezus zo na zijn verrijzenis bij zijn leerlingen blijven, voordat Hij weer opstijgt naar zijn Vader in de hemel. Onze paastijd duurt zelfs 50 dagen, tot de dag van Pinksteren toe, de dag waarop de apostelen de H. Geest ontvingen.